24-03-16

AANSLAGEN BRUSSEL/DE HULPVERLENERS | BRANDWEERMAN DIRK MEYS VERZORGDE ZWAARGEWONDE SLACHTOFFERS

ZAVENTEM

AANSLAGEN BRUSSEL/DE HULPVERLENERS | BRANDWEERMAN DIRK MEYS VERZORGDE ZWAARGEWONDE SLACHTOFFERS

"Meisje van 4 klampte zich aan me vast. Haar mama was net gestorven"

Brandweerman Dirk Meys. - Foto Aelberts
Brandweerman Dirk Meys. - Foto Aelberts

Het is 8.15 uur wanneer de Zaventemse brandweerman Dirk Meys een oproep krijgt. Er is een bom ontploft. Er is versterking nodig. Zonder omkijken rijdt hij naar de luchthaven, ook al heeft hij eigenlijk een dagje vrij. Even later kijkt Dirk de zwaarst gewonde slachtoffers van de aanslag van 22 maart in de ogen. "Een meisje van vier jaar klampte zich aan me vast. Haar mama was net gestorven."

Hulpverleners tussen de ravage in de inkomhal. - Pavel Ohal
Hulpverleners tussen de ravage in de inkomhal. - Pavel Ohal

Dirk is 44 jaar en al bijna zijn halve leven brandweerman. Eerst als vrijwilliger, sinds vijftien jaar als beroeps in de kazerne van Zaventem. Hij had eergisteren een vrije dag, of dat dacht hij. "Ik was op weg met mijn zoontje Linoo en mijn dochtertje Lea. Haar bracht ik naar de kleuterklas. Linoo is twee jaar oud en hem zou ik bij mijn ouders afzetten. Toen ik de bewuste sms kreeg, dacht ik niet onmiddellijk aan een aanslag. Maar al snel volgden de eerste nieuwsberichten. Nadat ik mijn kinderen veilig afgezet had, ben ik via de kazerne naar de luchthaven gereden. 'Papa moet vliegtuig maken', zei mijn dochtertje, want dat doet een brandweerman als hij naar de luchthaven rijdt. Eens in de kazerne heb ik samen met collega's meteen besloten om te gaan helpen. Orders waren er nog niet, maar ik wilde iéts doen."

Wat Dirk aantreft in de voorpost van de luchthaven, is moeilijk te beschrijven. "Zo'n tien mensen, allemaal zwaargewond, lagen op de grond. Voortdurend kwamen er nieuwe mensen binnen. Diepe snijwonden aan de benen, brandwonden in het gezicht. Het haar op hun hoofd volledig weggeschroeid. Vooral dat blijft me bij."

Samen met zijn team, de soldaten, dokters, verplegers en vrijwilligers schiet hij in actie. "Er was geen tijd om alles te organiseren. Al het medisch materiaal werd uitgestald, wie het kon gebruiken om mensen te helpen, nam het. Zeker zo'n tachtig zwaargewonde mensen kwamen daar toe. Van sommige van hen was het been al door soldaten afgebonden, zodat ze niet te veel bloed zouden verliezen. Onze militairen hebben daarmee levens gered. Wij kennen zo'n situatie niet, zijn daar niet op voorbereid. Maar je hebt geen keuze, je bent veroordeeld tot de oorlogsgeneeskunde: de zwaarste wonden verzorgen en mensen zo snel mogelijk naar het ziekenhuis brengen. Met een stethoscoop kon je daar niks doen. Brancard na brancard hebben we in de ambulance gezet, zonder nadenken."

Stilte

En toch, tussen het bloed en de vragen, overheerst vooral de rust. "Niemand schreeuwde het uit, van paniek was geen sprake. In de chaos van de aanslag werd iedereen heel stil. Mensen verbeten hun pijn, wij gaven en kregen duidelijke, korte orders. Veel tijd voor de slachtoffers hadden we niet, toch probeerden we soms óók te troosten. Een Peruviaans meisje van vier jaar heb ik uit de voorpost gedragen. Haar mama was net gestorven, haar papa gewond en in shock. Ik wilde niet dat ze tussen het bloed bleef zitten. Ze klampte zich de hele weg tot de volgende post stevig vast. Ik dacht aan mijn eigen kinderen, aan mijn dochtertje, dat even oud is."

Een paar uur later, rond 11 uur, komt er een einde aan de rij slachtoffers. "En dan pas begin je een béétje te beseffen wat er gebeurd is. Om 12 uur waren we terug in de kazerne. Wat later hebben we allemaal samen aan tafel gezeten en gepraat. Brandweermannen zijn misschien stoere kerels, maar op zo'n dag heeft iederéén de nood om te praten. We begrepen elkaar."

Na een onrustige nacht, was Dirk gisteren opnieuw op post. Zijn shift van 24 uur liep vanmorgen af. Een held wil hij zichzelf en zijn collega's niet noemen. "We hebbens ons werk gedaan. Zo goed mogelijk. En misschien hebben we toch, voor een paar mensen, het verschil gemaakt. Nu begint het verwerken, ook voor ons. En ik weet dat straks mijn zoontje Linoo me in de armen vliegt. Dat hij blij is dat papa thuis is. Daarna kan ik weer alles aan."

Gepost door Luc de pompier | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.