'De kust is een goudmijn die op ontginning wacht.' Het zijn de woorden van koning Leopold II halverwege de 19de eeuw. Fascinerend, maar vooral ontstemmend dat deze gevleugelde woorden nog steeds als muziek in de oren klinken bij bepaalde vastgoedmakelaars en lokale politici die zweren bij het afgezaagde "The sky is the limit"-deuntje. Dat onze kust het lelijke eendje van het Noordzeegebied is, geven ook deze vernuftige breinen toe. Nieuwe torengebouwen moeten onze zakdoekbrede kustlijn daarom opnieuw op de kaart zetten. Deze "prestigeprojecten" zouden zich volgens hun pleitbezorgers in een "oase van rust en groen" bevinden. Een klassieker uit de doos der dooddoeners. En wat moet men hier in godsnaam onder verstaan? Het eenzaam boompje op de megalomane betonnen privéparkings? Een beetje ernstig blijven alstublieft.

 

Dekmantel voor verse mortel

Op Radio 1 stelde architect Leo Van Broeck onlangs voor om de Atlantic Wall van afzichtelijke bouwsels met de grond gelijk te maken, te herinvesteren in hedendaagse hoogbouw en de gaten te dichten met duinvelden. Het herwaarderen van ons Vlaams klein duintje, vraagt om algemeen applaus. De vraag is echter of dit hoopvolle verhaal niet slechts een dekmantel is om opnieuw onze kust met verse mortel te overspoelen? Als men werkelijk de betonnen kakafonie wil afbreken ten voordele van nieuwe, nog hogere torengebouwen met "groene oases", waar ligt dan de prioriteit? Het algemeen belang is niet gediend met meer torens maar juist met minder. Veel minder. Geen. Zou het daarom niet beter zijn om de laatste open ruimtes aan de kust eindelijk van definitieve bescherming te voorzien?

Duinen al kleine dorre zandbakken

Laten we eens terugkeren naar het jaar 1993. De toekomst van ons gebetonneerd kustdecor vormde, verbazingwekkend genoeg, ook toen al een hete aardappel. Ondanks de verdienstelijke poging van de gewestplannen bleef de vooropgestelde bescherming van de duinen in realiteit immers dode letter. Het gebrekkig stedenbouwkundig beleid door de gemeentelijke overheid en het financieel enthousiasme van immobiliënmaatschappijen hadden van onze duinen kleine dorre zandbakken gemaakt. Verstoppertje en duinstratego spelen, werden wegens het gebrek aan natuurlijke flora, wel heel uitdagend voor kinderen.

 

 
'Nieuwe metamorfose voor de Belgische kust: Torgengebouwen of groene oases, waar ligt de prioriteit?'

 

 

"Trop is teveel!", meenden enkele vooruitziende volksvertegenwoordigers. Door de goedkeuring van het Duinendecreet, dat zich vertaalde in een streng bouwverbod, kregen de resterende kustduinen een vergaande decretale bescherming. Hoewel de inhoudelijke invulling van het beschermingsplan in realiteit op een moeizame bevalling uitliep, bleek dit Duinendecreet uniek in zijn soort. Door het opleggen van beperkingen inzake eigendomsrecht en het voeren van een offensief natuurbeleid werd ons "klein duintje" weer voor iedereen en tegelijk van niemand. Dat het decreet echter geen wondermiddel vormde voor alle wanpraktijken aan onze kust bleek duidelijk uit de lange lijst van achterpoortjes.

Door het in ijltempo gieten van betonplaten, het in versneld tempo antidateren van bouwvergunningen en het lamlendig juridisch getouwtrek, bleef de druk op het duingebied ook nadien groot. Het feit dat er vandaag nog steeds een bitsige twist heerst over de kustpolders, toont aan dat achteraf gezien misschien beter was gekozen voor een overkoepelend Kustdecreet, i.p.v. het beperkte Duinendecreet.

Nieuwe metaorfose

Net zoals in 1993 is er vandaag geen twijfel over de vraag waarom een nieuwe metamorfose van onze kust nodig is. Het is simpel: onze kust is lelijk. Veel minder eensgezindheid is er over hoe die make-over moet gebeuren en met welke middelen. Een geïntegreerde aanpak waarin de schaarste van de resterende duinen en kustpolders als gemeenschappelijke erfgoed centraal staat, lijkt een stap in de juiste richting. Een nieuw ruimtelijk beschermingsplan dat verantwoorde beslissingen op lager niveau genereert is essentieel. Uit het verleden blijkt immers dat het initiatief overlaten aan de gemeentebesturen waarin plaatselijke immobiliëngroepen sterk vertegenwoordigd zijn, onverantwoord is.

 

 

 
'Nieuwe metamorfose voor de Belgische kust: Torgengebouwen of groene oases, waar ligt de prioriteit?'

© Belga

 

Laten we ook niet vergeten dat het scheuren van kustpolders ondanks de acties van milieuverenigingen nog steeds gezwind en onverstoord verdergaat. Het polderdossier vertoefde jarenlang in de parlementaire vergeetput. De gevolgen daarvan zijn onomkeerbaar. De voorbij acht jaar is minstens 208 ha poldernatuur, of zo'n 300 voetbalvelden, onherroepelijk verloren gegaan. Het inplanten van wolkenkrabbers tot zelfvernietigende landschapsvreters is een zodanig risico dat een polderdecreet niet op zich kan laten wachten. Met het investeren in de bescherming van historische poldergraslanden speelt men op zeker en vermijdt men een tweede betonnen klaagmuur in het hinterland.

Parelmoervlinders en kiekendieven

Zou het tenslotte niet mooi en vooral democratischer zijn, mochten in de toekomst panoramische familiekiekjes in één van de nog niet afgegraven micro-duinen, vrij zijn van draaiende betonmolens, ijzeren kranen, banale parkings, en bovenal ridicule skyscrapers?

Een fladderend parelmoervlindertje of een voorbijvliegende kiekendief, is vanuit het architecturale "less is more" idee, misschien nog niet zo slecht als snapshot?

 

(Pauline Van Bogaert is Master in de Geschiedenis (UGent). Haar thesis schreef ze over de wettelijke bescherming van de duinen door middel van het Duinendecreet.)